Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— lO —
hoogen dat der eenheden met 10, waardoor het aftrekkings-
getal onveranderd blijft. Was dat cijfer der tientallen eene
nul, dan zouden wij het cijfer der honderdtallen met 1 ver-
minderen en daarvoor 9 tientallen en 10 eenheden nemen.
Was ook het cijfer der honderdtallen eene nul, dan zouden
wij het cijfer der duizendtallen met 1 verminderen en daar-
voor 9 honderdtallen, 9 tientallen en 10 eenheden nemen
enz. door welke bewerkingen het aftrekkingsgetal onveran-
derd blijft.
Dit geeft aanleiding tot den volgenden regel:
a. Schrijf den aftrekker onder het aftrekkingsgetal, een-
heden onder eenheden, tientallen onder tientallen enz. en
trek daaronder eene streep.
h. Trek ieder cijfer van den aftrekker van ieder over-
eenstemmend cijfer van het aftrekkingsgetal, te beginnen
met de eenheden.
c. Indien eenig cijfer van den aftrekker grooter is dan
het overeenstemmend cijfer van het aftrekkingsgetal, ver-
minder dan het volgende cijfer met 1. Is dit, of zijn de
volgende, O, verminder dan het eerst volgende cijfer met
1, en verander in de gedachte al die nullen in 9 en ver-
hoog het cijfer, dat te klein was, met 10; waardoor de
aftrekking altijd mogelijk zal zijn, indien slechts de geheele
aftrekker kleiner is dan het aftrekkingsgetal.
§ 29. Hetgeen eene zaak van eene andere zaak onder-
scheidt , en wat haar dus bijzonder eigen is, noemt men in
de rekenkunde eene eigenschap.
Eigenschappen van de aftrekking zijn dus: dat de aftrek-
ker, opgeteld met het verschil, het aftrekkingsgetal geeft;
en, dat het aftrekkingsgetal, verminderd met het verschil,
den aftrekker geeft (§ 27).
Andere eigenschappen van de aftrekking zijn: dat, als
men den aftrekker met eenige eenheden verhoogt, het ver-
schil met even zooveel eenheden zal verminderen;
dat, als men den aftrekker met eenige eenheden vermin-
dert, het verschil met even zooveel eenheden zal vermeer-
deren ;
dat, als men het aftrekkingsgetal en den aftrekker beide
met even veel eenheden verhoogt, het verschil hetzelfde zal
blijven.