Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
13. Is de benartiing van eenheden eigenaardig? Waar-
on niet?
14. Zoude men om dezelfde reden ook eental moeten zeggen?
15. AVaarom was liet noodig, om voor de termen der
schaal van het tientallig stelsel nieuwe namen te nemen?
16. Wat is een cijfer?
17. Zijn er ook verschillende soorten van cijfers noodig ge-
weest, om de eenheden en de verschillende termen der schaal
van het tientallig stelsel uit een te kennen? Waarom niet?
13. Verklaar de schrijfwijze der getallen.
19 Is eene 9 altijd meer waard dan eene 2?
20. Is de O een getalmerk? Waartoe dient die?
21. Wat doet eene O vóór aan een getal? Wat, ach-
ter aan?
22. Aan welk volk zijn wij deze vernuftige schrijfwijze
verschuldigd ?
23. Schrijf eens dertien-duizend dertien-honderd en dertien.
24. Hoeveel tientallen is een honderdtal? Hoeveel, een
duizendtal, een millioental enz
25. Hoeveel honderdtallen is een duizendtal, een hon-
derdduizendtal, een millioental, enz.?
26. Hoeveel tientallen zijn in 83582 eenheden? hoeveel
honderdtallen in 93584 eenheden enz.? hoeveel eenheden
schieten er dan over?
27. Tot hoe hoog kan men iederen term van het tien-
tallig stelsel opvoeren, zonder eenen anderen term te krijgen ?
28. Wat zijn benoemde, wat zijn onbenoemde getallen?
29. Wordt ook een van beide weder onderverdeeld?
30. Wat is het onderscheid tusschen gelijhslachtige en
ongelijkslachtige benoemde getallen?
31. Hoe heeten de benoemde getallen dikwijls in de
rekenkunde ?
aaa/wvaaaaaa
HOOFDSTUK m.
Optelling.
§ 22. Dikwijls komt te pas onderscheidene gelijknamige
hoeveelheden te zamen te voegen, tot eene enkele hoeveel-