Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 5 — ^
§ 19. Het voorgaande wel begrepen zijnde, zal het uit-
spreken der getallen, van de grootste zelfs, niet moeijelijk
meer zijn. Gemakshalve deele men de cijfers in vakken van
zes af, zoo als hieronder:
567420 887129i842876!200349
Deze vakken, regts beginneiide, stellen achtervolgens voor:
eenheden, millioenen van den eersten rang, millioenen van
den tweeden rang enz. Nu zal men met een weinig naden-
ken en met inachtneming van het gezegde, (§17) dat getal
gemakkelijk kunnen uitspreken.
§ 20. Omgekeerd zal men zelfs zeer groote getallen, die
genoemd worden, zonder moeite in cijfers kunnen overbren-
gen. Men stelle daartoe eene genoegzame hoeveellieid stip-
pen, welke men insgelijks in vakken van zes afdeelt, zoo
als hieronder:
Om nu het getal 112 millioen van den derden rang, üoee
duizend millioen van den tweeden rang, vijfhonderd dui-
zend en drie millioen van den eersten rang en achthonderd
en zeven te schrijven, stelle men 112 op de drie eerste
plaatsen van het vierde vak; 2, op de vierde plaats van
het derde vak; 5 op de zesde en 3 op de eerste van het
tweede vak, en eindelijk 8 op de derde en 7 op de eerste
plaats van het eerste vak, en men vuile de opene plaatsen
met nullen aan. Aldus: '

3: 3
000112 002000
500003
000807
Uit dit voorbeeld blijkt tevens ten duidelijkste het gebruik
van het teeken O (§ 18). De vijf nullen toch ter linkerzijde
van het getal zijn geheel overtollig, daar zij niets toedoen aan
de rangorde der cijfers: een of meer nullen dan ter linkerzijde
of vóór aan een getal veranderen deszelfe waarde niet.
§ 21. Eindelijk dient nog opgemerkt te worden, dat de
getallen op tweederlei wijzen voorkomen: benoemd, wanneer
de naam der eenheid daarbij is uitgedrukt, als 2 centen,
4 ellen, 90 graden; onhenoemd, wanneer dit niet plaats heeft;