Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 6. Dit middel gaf de natuur zelve aan de hand. Alle
menschen, die niet kunnen cijferen, tellen op liunne vingers,
en moeten dus, als zij eenmaal rond geteld hebben, weder van
voren af aan beginnen. Men moest dus al zeer spoedig op
het denkbeeld komen, om, als het ware, aan de tien vingers,
voor het tellen, namen te geven. Deze namen nu waren: een,
twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen (ix^ tien. Yer-
der voorttellende, moest men weder van voren af aan begin-
nen en kreeg men: tien en een, tien en twee enz. tot tien
en tien of tweemaal tien, en dan weder: ticeemaal tien en een,
tweemaal tien en twee enz.
§ 7. Door het menigvuldige gebruik dezer namen, zijn in
bijna alle talen onregelmatigheden bij dezelve ingeslopen.
Zoo is, in onze taal, tien en een, elf geworden; tien en
twee, Uüaalf; tien en drie, dertien; tien en vier, veertien;
tweemaal tien, twintig; driemaal tien, dertig enz.
§ 8. Het regelmatig zamenstellen der namen voor groote
hoeveelheden zou ondertusschen op deze wijze lastig zijn ge-
weest, en aanleiding tot verwarring hebben kunnen geven.
Gemaks- en duidelijkheidshalve heeft men voor tienmaal tien
het woord honderd, voor tienmaal tienmaal tien, of tienmaal
honderd, het woord duizend genomen. Verder heeft men weder
iienmaal duizend, honderdmaal duizend; terwijl men voor tien-
maal honderdmaal duizend het woord millioen gebruikt.
Hoe ligt toch, als men in plaats van honderd, tienmaal
tien, iii plaats van duizend, tienmaal tienmaal tien, en in
plaats van millioen, tienmaal tienmaal tienmaal tienmaal tien-
maal tien zeide, zou men eens tien te veel of te weinig
noemen, en verwarring krijgen, en bij de wiskunde moet
alle aanleiding tot verwarring vermeden worden.
§ 9. Men heeft alzoo twee soorten van namen voor de
hoeveelheden: de eerste soort (§ 6), dienende om de hoeveel-
heden tot tien te noemen; de tweede soort (§ 8), om verwarring
te vermijden. Deze laatsten zijn: honderd, duizend en millioen.
§ 10. Door de tien eerste (§ 6) en de drie laatste (§ 9)
behoorlijk zamen te stellen, hebben wij na millioen, geenen
nieuwen naam meer wiAz.i millioenmaal millioen vSi-
gedrukt wordt door millioen van den tweeden rang; millioenmaal
millioenmaal millioen, door millioen van den derden rang enz.
tot in het oneindige.
Wij hebben dus strikt genomen maar dertien namen noodig.