Boekgegevens
Titel: Bloesemknopjes: leesboek voor de christelijke school
Auteur: Wijk, M.J. van
Uitgave: Kampen: G.Ph. Zalsman, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9639
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203018
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloesemknopjes: leesboek voor de christelijke school
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
38. DE VERSPIEDERS.
Toen Israel in de woestijn Paran was, zond Mozes twaalf
mannen naar Kanaan, om dat land te verspieden.
Twee van die verspieders waren Kaleb en J.ozua.
Na veertig dagen kwamen ze terug.
„O," zeiden ze, „het is een heerlijk land, dat land Kanaan.
Ja, het vloeit van melk en honig. Zie, dit is zijne vrucht."
Toen lieten ze eenen tros druiven zien, die zoo groot was,
dat twee mannen hem aan eenen stok moesten dragen.
„Ja," zeiden tien verspieders, „het land is wel zeer goed;
maar we zullen er nimmer in komen. Want er wonen groote,
sterke mannen in. Zij dachten niet aan de wonderen, die
de Heere al gedaan had. Zij vertrouwden niet op Hem.
Jozua en Kaleb wel. Zij zeiden tot het volk: „Wij zuUen
wèl in dat goede land komen. De Heere heeft het beloofd."
Maar de anderen zeiden weer: „Wij zullen er niet in komen."
Toen begon het volk te weenen en te klagen:
„Och, waren we in Egypte gebleven."
„Komt," riepen eenigen, „laat ons maar weer teruggaan,
naar Egypte."
Toen spraken Mozes en Aäron: „Weest toch niet bang
voor dat sterke volk. De Heere is met ons. Hij zal ons
zeker in Kanaan brengen. Zondigt toch niet!" Toen werd
het volk boos en wilde Mozes en Aäron dooden. Hoe droevig!
Ach, die zonden! altijd, altijd maken ze ongelukkig. Tot
straf moest Israel nu veertig jaren in de woestijn omzwerven.
In dien tijd stierven alle oudste Israelieten, behalve Jozua
en Kaleb. En toon trokken hunne kinderen het beloofde land
binnen.