Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
38

geven lijnen en op een gegeven afstand van een gegeven
punt ligt.
77. Tusschen elk paar overstaande zijden van een vierkant
trekt men willekeurige (doch onderling loodrechte) lijnen.
Bewijs dat die lijnen even lang zijn.
78. Van een 6-hoek zijn gegeven : alle hoeken alsmede de
deelen waarin één hoek verdeeld is door de diagonalen
uit 't hoekpunt van dien hoek naar de overige hoekpun-
ten getrokken. Hoeveel gegevens ontbreken er nog om
dien 6-hoek te bepalen?
79. Eene rechte lijn, die evenwiidig loopt met de diagonaal
AC van een parallelogram ABCD, snijdt AD in Q, CD
in R en 't verlengde van BA en BC in P en S. Bewijs
dat PQ = RS is.
80. Construeer een trapezium, als gegeven zijn: de opstaande
zijden, eene diagonaal en de hoek, dien de verlengde
opstaande zijden met elkaar maken.