Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
sehen, ook wel gelijkbeenigen vierhoek. Bewijs dat eene
der diagonalen een symmetrischen vierhoek in gelijke en
gelijkvormige deelen verdeelt.
42. Hoeveel bedraagt de som van de hoeken van een 20-hoek ?
43. Als de hoeken van een zes-hoek alle even groot zijn,
hoeveel graden bevat dan elke hoek?
44. Van een n-hoek zijn alle hoeken even groot. Hoe groot
is 't supplement van een dier hoeken ?
45. Eene lijn en twee punten aan denzelfden kant van die
lijn gegeven zijnde, vraagt men een punt in die lijn te
bepalen zoodat de lijnen, die het te vinden punt met de
gegeven punten vereenigen, gelijke hoeken maken met
de wederzijdsche deelen der gegeven lijn. (2, . . .).
4G. Bewijs dat de som der vereenigingslijnen , bedoeld in de
vorige opgave, kleiner is dan de som der lijnen, die elk
ander punt van de gegeven lijn met de gegeven punten
vereenigt. (20).
47. Men vraagt een hoek te construeeren, die gelijk is aan
het twaalfde deel van een rechten hoek.
48. Van een trapezium zijn de opstaande zijden 10 en 6 en /i, „y/A
de eene evenwijdige zijde 20 cM. Tusschen welke gxan-efCiuifx^^-iOt^
zen ligt de vierde zijde ?
49. Door hoeveel gegevens is een vierhoek bepaald? zf^-^Tc"
50. Wat is 't grootste aantal snijpunten, die 6 lijnen
kunnen li,/
51. Twee gelijkbeenige driehoeken hebben gelijk de hoogten
en de omtrekken. Bewijs dat die driehoeken gelijk en
gelijkvormig zijn.
52. Construeer een veelhoek gelijk en gelijkvormig met een
gegeven veelhoek. S^n + ƒ ^r^
53. Door hoeveel onderling onafhankelijke gegevens is een
(n + 2)-hoek bepaald ?
54. Als van een zeshoek gegeven zijn: de zes hoeken en
twee diagonalen, hoeveel gegevens ontbreken dan nog,
om dien zeshoek te bepalen ?
55. Een parallelogram is eene ruit, wanneer de afstand van