Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
ven , waarvan een der hoeken samenvalt met een hoek
des driehoeks.
20. Construeer eene ruit, als gegeven zijn: een hoek en
't verschil tusschen eene diagonaal en eene zijde.
21. Als de lijnen, die twee gelijke hoeken middendoor deelen,
evenwijdig loopen, zijn de beenen van die twee hoeken
twee aan twee evenwijdig. Bewijs dat. (C en 4»).
22. Construeer
een driehoek, als gegeven zijn : de opstaande
zijden en de lijn, die den top met 'tmidden der basis
vereenigt. (Nó. 35 § 4).
23. Zijn de opstaande zijden van een driehoek ongelijk,
dan zal de lijn, die den top met 't midden der basis
vereenigt, den tophoek in ongelijke deelen verdeelen.
Bewijs dat.
24. Construeer een trapezium, als gegeven zijn: de even-
wijdige zyden en de hoeken. (30).
25. Bewys dat de lijn, die 't hoekpunt van den rechten hoek
eens rechthoekigen driehoeks met 't midden der hypote-
nusa vereenigt, gelijk is aan de helft der hypotenusa.
(30, 34 of No. 23 § 4).
26. Als van een driehoek ABC gegeven is^A=:2XZ^B,
bewijs dan, dat de zijde tegenover ^ A niet tweemaal
zoo groot is als de zijde tegenover ^ B. (13, 9, 20).
27. Trekt men uit 't hoekpunt van den rechten hoek eens
rechthoekigen driehoeks eene loodlijn op de hypotenusa
en eene lijn naar 't midden der hypotenusa, dan zal
de hoek, gevormd door die twee lijnen, even groot
zijn als 't verschil der scherpe hoeken des driehoeks.
Bewijs dat.
28. Trekt men door 't snijpunt der diagonalen tusschen twee
overstaande zijden in een parallelogram eene rechte lijn ,
dan wordt die lijn door dat snijpunt middendoor gedeeld.
Bewijs dat.
29. Als de lijn, die den top eens driehoeks met het midden
der basis vereenigt, niet loodrecht staat op de basis, zijn
de opstaande zijden des driehoeks ongelijk. Bewijs dat.
w. H. wissELiXK, Meetk. Vraagstukken, 1« stukje. 4<'druk. 3