Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
25.
26.
de zijde, hoe groot is dan de grootste hoek van die
ruit? (13).
Bewijs dat alle loodlijnen tusschen twee evenwijdige lijnen
even lang zijn. (30).
Bewijs dat in elke ruit de afstand van het eene paar
evenwijdige zijden even groot is als de afstand tusschen
het andere paar. (11).
27.
28.
29.
30.
31.
32.
33.
34.
35.
36.
Bewijs dat elk parallelogram, waarvan de diagonalen
even lang zijn, een rechthoek is. (SO*", 15, T).
Noem eens eigenschappen van een rechthoek, die ook
gelden voor elk parallelogram.
Construeer een rechthoek, als gegeven zijn: eene zijde
en eene diagonaal.
Bewijs dat in een rechthoek 't midden van eene der
zijden even ver van 't eene als van 't andere uiteinde
der overstaande zijde verwijderd is. (30, 12).
Als in een parallelogram de uiteinden eener zijde even-
ver verwijderd zijn van het midden der overstaande
zijde, dan is dat parallelogram een rechthoek. Bewijs
dat. (30, 15).
Trekt men tusschen twee evenwijdige lijnen twee ge-
lijke , elkaar snijdende lijnen, dan zijn de stukken der
laatste lijnen twee aan twee gelijk. Bewijs dat. (30,
13 , 16). "
Construeer een parallelogram, als gegeven zijn: eene
zijde, een hoek en de diagonaal uit 't hoekpunt van
dien hoek.
Als gij moet bewijzen, dat een of andere vierhoek een
rechthoek is, welken weg volgt ge dan daartoe ?
Bewijs dat de middens van de zijden eener ruit de
hoekpunten zyn van een rechthoek. (36" en No. 34).
Bewijs dat de (vier) lijnen, die de hoeken van een paral-
lelogram halveeren, een rechthoek vormen. (7', enz.).
37. Bewijs dat elke rechthoek, waarvan de diagonalen