Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
44. Elk punt huiten de rechte liin, die een hoek middendoor
deelt, ligt op ongelijke afstanden van de beenen van
dien hoek. Bewjis dat. (27, 26, 20).
45. Bewijs dat in een driehoek, waarvan gegeven is dat de
opstaande zijden ongelijk zijn, de lijn , die den tophoek
middendoor deelt, schuin op de basis staat.
§ 5. Werkstukken, enz.
1. Trek uit een gegeven punt als middelpunt met eene
gegeven lijn als straal een cirkelomtrek.
2. Construeer eene lijn, die gelijk is aan de som van twee
gegeven lijnen.
3. De punten A, B en C liggen respectievelijk 3], 4 en 6
cM van 't punt O. Beschrijft men uit O met een straal
van 4 cM een cirkel, hoe zullen dan de punten ten
opzichte van dien cirkel gelegen zijn ? {binnen, op of
huiten den omtrek).
4. Construeer eene lijn, die gelijk is aan het verschil van
twee gegeven lijnen.
5. Als de loodlijn AB, uit A op de lijn PQ neergelaten,
5 cM lang is, en men beschrijft uit A drie cirkels, res-
pectievelijk met stralen van 4, 5 en 7 cM, wat weet
ge dan van de ligging van PQ ten opzichte van elk
dier cirkels?
6. Trek uit de punten A en B, die 8 cM van elkaar
verwijderd zijn , cirkels , respectievelijk met stralen van
3 en'6 cM.
7. Trek uit de punten A en B, die 7 cM van elkaar ver-
wijderd zijn, 2 cirkels, die elkaar raken.
8. Trek in een gegeven cirkel eene koorde, die even lang
is als de straal des cirkels.
9. Van twee cirkels zijn de stralen respectievelijk 3 en 6
cM, terwijl de afstand hunner middelpunten 1 cM is.