Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
9. Toon aan dat de lijnen, die twee hoeken eens driehoeks
middendoor deelen, nimmer loodrecht op elkaar kunnen
staan. (9).
10. In welke driehoeken is elke hoek kleiner dan de som der
andere hoeken?
In welke driehoeken is een der hoeken grooter dan de
som der andere hoeken ?
11. Van een sc/ierphoekigen driehoek staan de hoeken tot
elkaar als 2 J, 3 J- en x. Wat weet ge van x ? 6 > ï ^ '
12. Deelt men bij twee evenwijdige lijnen , door eene derde
lijn gesneden, twee binnenhoeken aan denzelfden kant
der snijlijn middendoor, dan staan die deellijnen lood-
recht op elkaar. Bewijs dat. (7 , 9).
13. Als we de hoeken eens driehoeks A, B en C noemen,
wat kan men dan anders schrijven voor A + B, voor
2 A -f B + C?
14. Vul in: in eiken driehoek is een der hoeken het sup-
plement van ....
15. Van een driehoek ABC is Z. A de helft, B het
derde en Z. C het vierde deel van zijn supplement. Be-
paal eiken hoek diens driehoeks!
16. Van een driehoek zijn de hoeken aan de basis 60" en
80°. Hoe groot zijn de hoeken, die de basis vormt met
de loodlijnen uit de uiteinden der basis neergelaten op
de lijn (of haar verlengde), die den tophoek middendoor
deelt ?
17. Vereenigt men eenig punt P binnen een driehoek ABC
met de hoekpunten B en C, dan is L BPC grooter dan
Z. BAC. Bewijs dat. (9).
18. Als A , B en C de hoeken van een driehoek voorstellen,
wat kan men dan anders schrijven voor 2R — (A + B),
voor IR + i (A + B) ?
19. De lijn, die den tophoek eens driehoeks middendoor
deelt, vormt met de basis hoeken, waarvan 't verschil
gelijk is aan 't verschil van de hoeken aan de basis.
Bewijs dat. (9).