Boekgegevens
Titel: Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Deel: 1e stukje
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
4e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9667
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203009
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken ter oefening in de meetkunde: (voor eerstbeginnenden)
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
C gesneden, dat de lijnen, die twee overeenkomstige
hoeken middendoor deelen , evenwijdig loopen , dan zijn
A en B ook evenwijdig. Toon dat aan. (3).
4. Bewijs dat, als twee lijnen loodrecht staan op eene zelfde
lijn, die lijnen evenwijdig loopen. (3).
5. Kunnen twee lijnen , door eene derde gesneden , evenwij-
dig loopen, als twee binnenhoeken aan denzelfden kant
der snijlijn even groot zijn ? (4'*).
6. Hoe bewijst ge, dat als eene lijn eene van twee even-
wijdige lijnen snijdt, ook de andere (evenwijdige) lijn
daardoor gesneden wordt ? (5).
7. Bewijs dat men uit een punt buiten eene lijn niet meer
dan ééne loodlijn kan neerlaten op die lijn. (1 , 3).
8. Als twee lijnen zoodanig door eene derde lijn wor-
den gesneden, dat twee overeenkomstige hoeken onge-
lijk zijn, dan zijn de lijnen ook niet evenwijdig. Bewijs
dat. "(6).
9. Hoeveel is 't complement van 't supplement van een hoek
van 100°? /fi'
10. Wanneer zal 't vei'schil tusschen een inspringenden en
een scherpen hoek een scherpe hoek zijn ?
11. Hoe groot is het halve supplement van een hoek van 2a'' ?
12. Hoe groot is het halve complement van een hoek van p" ?
13. Als eene lijn loodrecht staat op eene van twee evenwij-
dige Ujnen, dan staat ze ook loodrecht op de andere
(evenwijdige) lijn. Bewijs dat. (6,1, No. 6 § 2).
14. Worden twee me^-evenwijdige Ujnen door eene derde
lijn gesneden , dan zijn twee overeenkomstige hoeken ook
niet gelijk. Bewijs dat. (3).
15. Als gegeven is, dat de Ujn A evenwijdig is met B en
ook met C, dan zijn B en C ook evenwijdig. Bewijs
dat. (5).
16. Als twee evenwijdige lijnen door eene derde gesneden
worden, dan zullen de lijnen, die twee overeenkomstige
hoeken middendoor deelen, ook evenwijdig zijn. Bewijs
dat. (6 , 3).