Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Je leur donnerais- une récompense, s'ils étaient plus
appliqués.
Je leur donnerais une récompense, si elles étaient
plus appliquées.
Je serais chez moi, si j'avais le temps.
Tu serais chez toi, si tu avais le temps.
Il serait chez lui, s'il avait le temps.
Vous seriez chez vous, si vous aviez le temps.
Ils seraient chez eux, s'ils avaient le temps.
Elles seraient chez elles, si elles avaient le temps.
99. Mon frère aurait eu le premier prix, s'il avait
été plus obéissant. Elle aurait été heureuse, si elle
avait été vertueuse. Tu ne parlerais pas, si tu étais
sage. Ces garçons n'oublieraient pas leurs livres,
s'ils pensaient à leurs aevoirs. Comment pronon-
ceriez-vous ce mot? Comment forgerait-on le fei-,
si l'on n'avait pas de feu? Je prêterais mes patins
(schaatsen) à ' mon cousin, si je les avais encore.
Seriez-vous heureux, si vous n'étiez pas content?
100. Gy zoudt niet babbelen, als gij oplettend
waart. Zoudt gij uwe boeken leenen, als gij ze nog
hadt? Wij zouden ons huis niet verkoopen, als wij
geld genoeg hadden. Ik zou Fransch spreken, als
ik in Frankrijk was. Zouden de bladeren al van
de boomen vallen? Zou de nachtegaal nog zingen?
Waarom zou het schaap blaten? De trein zou om
kwart over zeven aankomen.
101. Gij zoudt de ruit breken, als gij niet voor-
zichtig waart. Zou hij thuis zijn, als hij tijd had?
Ik zal den meester een geschenk (cadeau) geven.
Wat zult gij aan de armen geven? Ik zal brood
aan de armen geven. Wanneer zult gij ihuis zijn?
Wij zullen om tien uur thuis zyn. Ik zou u
een belooning geven, als gy vlijtiger waart. De