Boekgegevens
Titel: Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Deel: II
Auteur: Werf, F. v.d.
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1895 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9427
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203001
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het Fransch voor katholieke scholen: lezen, spreken, schrijven, van buiten leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
51. Wanneer vriest het? Het vriest in den
winter en het dooit (dégeler) in het voorjaar. Wat
doet de jager? Hij roept zijn' hond. Hoe heet gij?
Ik heet Karei en mijn vriend tieet Willem. Het
oude vrouwtje heeft hare dochter verloren. De koning
bezit (posséder) twee fraaie kasteelen. Welke dieren
hebben geen pooten ? Deze kersen zijn nog niet rijp ;
zij zijn nog groen. Ik koop twee witte zakdoeken
voor mijne zuster.
52. Mijn verjaardag is den P'®" Mei. En wanneei-
is het uw verjaardag ? Den li*^™ Juli. Driemaal acht
knikkers is vier en twintig knikkers. En hoeveel is
vijfmaal zes gulden? Wij koopen geen paard: wij
hebben geen geld genoeg. Wanneer zyn de sterren
zichtbaar? Zij zijn des avonds zichtbaar. Wij eten
gele pruimen, roode kersen, zoete amandelen en rijpe
perziken. De ondeugende jongen werpt met steenen
naar de zwanen.
53. Ziehier den Passé indéfliii (voltooid teg. tijd)
van avoir en être.
J'ai eu. Ik heb gehad. J'ai été. Ik ben geweest.
Tu as eu. Tii as été.
II a eu. II a été ^
Ou a eu. Ou a été.
Nous avons eu. >^ous avous été.
Vous avez eu. Vous avez é'é.
Ils ont eu. Ils ont été.
Elles out eu. Elles out été.
Zeg de tijden dezer beide werkvv. nu eens op :
1. bevestigend, 2. ontkennend, 3. vragend, 4. vragend-
ontkennend.
54. Beantwoord deze vragen; eerst bevestigend,
daarna ontkennend.