Boekgegevens
Titel: Oplossingen der wiskundige opgaven van de examens B der polytechnische school te Delft: met nieuwe opgaven
Auteur: Well, G.J. van de
Uitgave: Deventer: Æ.E. Kluwer, 1899 *
Opmerking: Dl. 1: Examen B1
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. FOL 783
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202994
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der wiskundige opgaven van de examens B der polytechnische school te Delft: met nieuwe opgaven
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
152
lichaain en de slagschaduw op het horizontale vlak en op een vlak ABC,
Stelsel (2 :1; 2). Straal grondvlak kegel 4 e^F.; coördinaten middelpunt
grondvlak a: = 8, ^ = cM.hoogte kegel IG c]M. De stukken door het
vlak ABC van de assen afgesneden zijn -f9, — 8 en — 12 c]\L (1880)
(5. ah is de axonometrische projectie vaii de zijde van een vierkant in
het XOY-vlak gelegen. Men vraagt de axonometrische projectie van den
octaëder te construeeren, w aarvan dit vierkant de diagonaal-doorsnede is.
De hoeken ZOY en XOY zijn eveiigroot. (1882)
7. In perspectief te brengen een
af'geknotten cirkelvormigen cylinder,
Avaarvan het cirkelvormig grondvlak a/j
in bet horizontale vlak en het boven-
y-^- vlak cd in een vlak loodrecht op het
tafereel gelegen is met de eigen scha-
duw en de schaduw op het horizontale
vlak. Hoogte van het oog boven het
tafereel 20 cM.
Het vlak door het oog loodrecht op
het tafereel en grondvlak raakt den cylinder volgens bd aan. Lichtstraal
als in schets. Oog en cylinder aan weerskanten van het tafereel. (1883)

8. Teeken in axonometrische projectie (1: : 1) een kubus, die op het
vlak XOY staat en een kegel, die op dien kubus staat en die tot grond-
vlak heeft den cirkel in het bovenvlak van dien kubus besclireven.
Hoogte kegel = hoogte kubus aan te nemen. (1881)
9. De lijn ab stelt de perspectief voor
; van eene zijde van een regelmatigen aclit-
; hoek, gelegen in een horizontaal vlak.
; Ue horizon H , de doorgang Gr van het
'. o' horizontale vlak benevens oogpunt en
: distantie zijn gegeven. Gevraagd, de per-
spectief van dien achthoek te voltooien,
zonder dat het vlak van den achthoek op
------tafereel wordt neergeslagen. \'erder
dien achthoek te beschouwen als grondvlak van een recht prisma en de
doorsnede viin dit prisma te bepalen met een vlak , loodrecht op liet
tafereel , makende een hoek van 45° met het horizont.ale vlak cn gaande
door een puiit c , willekeurig aangenomen op de door a gaande opstaande
ribbe van het prisma. (1885)
a-K