Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
Jen Israëliet. Biddend en geloovig verbeidend
toeft hy in het huis des Heeren, en terwyl hij be-
denkt de dingen die boven zijn, wordt het beloof-
de Kind, zgn Zaligmaker en Heiland, in den tem-
pel gebracht. Daar ziet zyn donker uitvrendig,
maar ook zgn verlicht inwendig oog dat dierbaar
Kind, op Wien zoo vele geslachten reeds hoopten
en naar Wiens komst zij zoo zeer begeerig waren,
en zijn hart springt op van stille, heilige vreugde.
Is het wonder, dat hg het in zgne van ouderdom
wellicht bevende armen neemt, en zijn God voor
dat goddelijk geschenk en uitnemend vooiTecht looft?
Verblijd en verrukt zien wij dien eerwaardigen grij-
zen tempelganger daar in onze gedachten staan met
den Zone Gods in zijne armen. Aandoenlgke en
treflFende plechtigheid ! Ja, de heerlgkheid van de-
zen tempel, dit huis, is grooter dan die van den prachti-
gen tempel Salomo's, en hier is vrede naar het pro-
fetisch woord van Haggaï. Simeon beleeft de ver-
vulling van die voorzegging; hij gevoelt dien vrede,
want hij omarmt het kind, waarvan een andere
Ziener eenmaal sprak, dat zijn naam was Wonder-
lijk, Raad, Sterke God, Vredevorst. Door den
Geest geleid kwam Simeon in deze heilige plaats;
door dien Geest bestuurd wordt de taal der profe-
ten hem helder en dierbaar; door dien Geest voor-
gelicht en bezield, heft hij als verjongd en verleven-
digd een heerlijken lofzang aan. Hij zingt zijn laat-
ste lied, het is zijn zwanenzang. Hoort, wat zgne
ziel verlangt: »Nu laat gij, Heere! uw dienstknecht
gaan in vrede, naar uw woord." Hoe liefelgk, zon-
der eenige vrees of verschrikking, gewaagt hij van
den dood, die voor hem een bode des vredes is;
hij wenscht nu in te gaan in des Konings paleis