Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
later in het koninkrijk van Jezus eene gewichtige betrek-
king te bekleeden. De gi-oote apostel Paulus maakte
met Timotheus kennis op zijne tweede zendingsreis, waar
hij te Derbe en Lystre eenigen tijd vertoefde. De liefe-
lijke indruk, welken Paulus van hem ontving, deed hem
besluiten den jeugdigen vriend op zijne reizen mede te
nemen. Zoo gingen deze dan als reisgezellen, als vader
,.en zoon, de heidenwereld in, om te Evangeliseeren. Zoo
verliet oiize Timotheus zijne dierbare ouderlijke woning,
om zijn leven te wijden in den dienst van Jezus, voor
wien hij voortaan leefde en getrouw arbeidde. De om-
gang met Paulus is ongetwijfeld tot zegen voor hem ge-
weest, en van dezen apostel heeft hij menige levensles ont-
vangen , en de zoo noodige voorbereiding tot het leer-
aarsambt. Eene nauwe verbintenis bestond tusschen deze
twee discipelen van Jezus. Hoe lief Paulus dezen jonge-
ling had, blijkt ook uit twee lieve brieven, die in de H.
Schrift bewaard gebleven zijn; brieven, waarin de harte-
lijkste vermaningen en opwekkingen aan zijnen voorma-
ligen reisgenoot gegeven worden. In een dezer brieven
schrijft Paulus: »Ik houd niet op uwer gedachtig te zijn
in mijne gebeden nacht en dag; zeer begeerig zijnde om
u te zien, als ik gedenk aan uwe tranen, opdat ik met
blijdschap moge vei-vuld worden; als ik mij in gedach-
tenis breng het ongeveinsde geloof, dat in u is, het-
welk eerst gewoond heeft in uwe gi'ootmoeder Loïs, en