Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
een välschen profeet, een toovenaar, die hem wederstaat
en zijn woord hrachteloos ivil maken. Deze Jood, wiens
naam was Bar-Jeztts, d. i. loon des behouders, is een
arglistig man, die den Stadhouder van het geloof zocht
aftekeeren. Onze apostel verneemt dit met heilige veront-
waardiging, en kan niet zwijgen waar het de goede zaak
zijns Heeren "geldt. Met een veélbeteekenend oog, met
bestraffenden blik staart hij dezen Elymas aan, terwijl hij
vervuld is met den Heiligen Geest. Diep ingrijpend en
treffend zijn de scherpe woorden, die Paulus tot hem richt,
waarmede hij hem ontmaskert voor den Stadhouder. Jloort,
hoe de apostel hem toespreekt: »O gij kind des duivels,
vol van alle bedrog en alle arglistigheid, vijand van alle
gerechtigheid! zult gij niet ophouden te verkeeren de rechte
wegen des Heeren Wel ivoor den van verschrikking voor
dezen Elymas, die hem hadden, moeten verpletteren. Wat
de apostel spfak, loas ontzaglijke waarheid voor dezen
diep ongelukkigen tegenstander van het werk des Heeren.
Wat zal in hem zijn omgegaan, toen hij die ontzettende
woorden hoorde! Luide spreken zij tot zijn geweten, en
had hij zich verootmoedigd, dan had hij zich tot Paulus
gewend met de vraag: Wat moet ik doen om zalig te
worden ? Deze verblinde toovenaar, die anderen lail be-
driegen en verblinden, m»et nog uit Paulus' mond vernemen,
dat de Heere hem met uitwendige blindheid zal bezoeken.
■iEn nu zie, de hand des Heeren is tegen u, en gij