Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
15. DE HEIDENSCHE HOOFDMAN.
Het gezegende Pinksterfeest was te Jeruzalem gevierd met hetliecr-
lijke gevolg, dat de eerste Christelijke gemeente belangrijk was uitge-
breid. Wij weten, hoe eene groote schare op de krachtige prediking
van Petrus was bekeerd • geworden. Sinds die pinkstcrgeschiedenis
breidde de gemeente zich meer en meer uit. Denken wij aan de tref-
fende tooneelen, die daarop gevolgd zijn. De apostelen bleven nu
niet langer slechts te Jeruzalem prediken, maar gingen, aangedaan
met kracht uit de hoogte, bezield met den Peiligen Geest, het land
door, getuigende van het heil, dat in Jezus te vinden is. Zoo is ook
de apostel Petrus langs de Middellandsche zee, waar wij hem te Lijdda
aantreffen, de. geraakte Eneas genezende, en te Joppe, die trouwe w;el-
doenster Tabitha opwekkende uit de dooden. Zoo werkte de Heere
door de prediking niet alleen, maar ook door teekenen en wonderen,
waartoe hij zijnen apostelen kracht en macht gaf. Maar nu ook zou
de tijd komen, dat niet uisluitend aan de Joden het evangelie zou
v.rkondigd worden; ook de heidenen zouden deelgenooten van die
zaligheid worden. En zoo zou blijken, dat Jezus ook een Licht was
tot verlichting der heidenen, en dat er bij God geene aanneming des
persoons bestond. Dit verstond Petrus niet; en om hem dit te leeren
heeft hij een gezicht gezien, dat hem moest genezen. Terwijl hij bidt
op het dak en begeerte tot spijs kreeg, ziet hij den hemel geopend,
een groot linnen laken met verschillende dieren gevuld, en hoort hij
eene stem: «Sta op, Petrus 1 slacht cn eet!" Onze apostel zegt: »Geens-
zins, Heere! want ik heb nooit iets gegeten, dat onrein is." Hij
verneemt daarop: wWat God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen of
onrein maken." Na dat dit driemaal geschiedt, verdwijnt dit ge-