Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 •
dat hij lasterlijke woorden spreekt tegen den tempel en
de wet van Mozes. De vijandelijke getuigen voegen
daaibij,: Wij hebben hem hoeren zeggen," dat deze
Jezus, de Nazarener, deze plaats zal verbreken, en dat
hij de zeden veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd
heeft." Overtuigd, dat hij voor den Raad geroepen wordt
om de zaak en den naam van Jezus, staat hij in het midden
zijner vijanden zonder eenige vrees. Vol des Heiligen
Geestes, straalt van zijn aangezicht een glans als die
eens engels. In de volle bewustheid, dat de beschuldi-
gingen valsch en geheel ongegrond zijn, verdedigt hij
zich met vrijmoedigheid, en geeft hij in zijne verant-
woording do schoonste blijken zijner godsvrucht en wijs-
heid. In die treffende redevoering behandelt hij de ge-
schiedenis van het Israëlitische volk en toont daarin
Gods trouwe zorg, bewaring en bescherming, maar ver-
zwijg ook niet de ondankbaarheid en ongehoorzaamheid,
waarmede zij die groote weldaden beantwoord hebben.
Nu zij hem waarschijnlijk verhinderen verder te gaan,
treft zijne rede diep in de harten en spreekt hij hen
persoonlijk aan. Hij zegt tot hen: »Gij hardnekkigen en
onbesnedenen van hart en ooren! gij wederstaat altijd den
Heiligen Geest; gelijk uwe vaders, alzoo ook gij." En
nu hij hen verraders en moordenaars van den Recht-
vaardige noemt, en verwijt, dat zij de wet niet gehou-
den hebben, nu kunnen zij niet langer hooren, nu willen