Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
9. DE AANZIENLIJKE RAADSHEER.
Onder de vrienden des Heeren treffen wij over het algemeen niet
Vele rijken en aanzienlijken naar de wereld aan. Toch zijn er geluk-
kige uitzonderingen: er zijn rijke geloovigen, die hunne schatten ook
veil hebben voor de zaak van Jezus, die haar krachtig steunen, niet
alleen door het gebed, maar ook door hun geld en hunne gavtfn der
liefde. Hun getal was tijdens Jezus* omwandeling op aarde niet groot,
toch waren er zoovelen als Hij noodig had tot uitbreiding van zijn
koninkrijk en ondersteuning der behoeftige vrienden. De namen van
twee dezer zijn ons bewaai'd gebleven: Nikodemus, een overste der
Joden, een leeraar van Israël, en Jozef van Arimathea, een overste
cn aanzienlijk raadsheer. Wij vinden deze vrienden des Heilands sa-
men na zijnen dood met hetzelfde doel, hetzelfde heerlijke werk, om
Hem eene eervolle begrafenis te^ereiden. Die edele daad in zulken
tijd en onder zulke oihstandigheden verricht, openbaar voor vriend en
vijand, getuigt van ongeveinsde hartelijke liefde jegens den verguis-
den, gekruisten Zaligmaker; getuigt, dat zij in waarheid zijne disci-
pelen zijn, en den smaad en hoon niet rekenen , waarmede zij overladen
worden. Jozef van Arimathea, tot op dit tijdstip nog een verborgen
vriend van den gestorven Heiland, uit vreeze voor de Joden, treedt
nu op eenmaal als voorstander van Hem op, en wel zonder eenige
men sehen vrees. Hij vermant cn verstout zich in deze omstandighe-
den, gaat naar den heidenschen landvoogd Pilatus, en verzoekt om
het lichaam van Jezus. Waa/ de discipelen zijn gevlucht of verstrooid
en niet denken aan zijne begrafenis, daar treedt deze aanzienlijke
raadsheer tevoorschijn, om te voorzien in deze behoefte op geheel bij-
zondere wijze. Pilatus verneemt dan des Heeren dood en stelt onder-
Zoek in het werk, of Hij lang gestorven was, en na de verzekering
van den hoofdman, staat hij het verzoek aan Jozef toe. Nu zal ook
dat gedeelte der profetie zijne vervulling erlangen: «Men heeft zijn
graf bij de goddeloozen gesteld, en Hij is bij de rijken in zijnen dood
geweest." Onze vriend schaamt zich nu niet meer; het geloof in den
nu gestorven Heiland, die nog aan het kruis hangt, verbant zijne
menschenvrees en geeft hem den moed tot dit liefdewerk. Hij houdt
zich niet op met bedenkingen en bez^-aren, zijn geloof redeneert niet,
maar geeft aan zijne liefde krncht tot volvoering van zijn voornemen.