Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
achtelijk gemaakt. Herodes Antipas had zijne vrouw verstooten en
leefde ia ongeoorloofde gemeenschap met Herodias, een kleindochter
van Herodes den Groote. Johannes de Dooper bracht den Viervorst
zijn ongerechtigheden onder het oog, en sprak vrijmoedig tot hem:
wHet is u niet geoorloofd haar te hebben." De in goddeloosheid le-
vende Herodes is zoo in de strikken der zonde verward, dat zijne
vijandschap tegen den Godsman , die hem waarschuwt en de waarheid
zegtj zich terstond openbaart: hij wil Johannes dooderi. De ongeluk-
kige vorst kan de waarheid niet verdragen, en den man, die hem zijne
gebreken wijst, niet meer dulden. Tegenover de rechtvaardigheid en
heiligheid van dezen profeet gevoelt hij zijne groote schuld, waarschuwt
hem zijn geweten. En al hoort Herodes Johannes gaarne, en al er-
kent hij hem voor een rechtvaardig en heilig man, en al houdt hij
hem in waarde, toch blijft hij volharden in de zonde, en staat hij
niet af van ongerechtigheid. Hij laat den boetprediker niet dopden,
maar maakt hem voor zich onschadelijk: Johannes wordt gebonden
en in den kerker gebracht, waaruit hij niet zal wederkeeren. De
woorden van dezen profeet, zoo ernstig en krachtig, zoo waarschuwend
en veroordeelend voor den vorst, bleven niet zonder invloed; zij spra-
ken tot zijn geweten, en daarom vreesde hij Joï^annes, en als hij later
van Jezus hoort, merken wij diezelfde vrees in hem op. „Deze is
Johannes de Dooper; hij is opgewekt van de dooden, en daarom wer-
ken die krachten in hem," zoo spreekt hij, als het gerucht van den
Heiland door hem vernomen wordt. Maar Herodes vreest ook voor
het volk, dat den Godsgezant voor een profeet houdt. De macht, die
hem aan de zonde bindt, is sterker dan de macht van het woord, waar-
door hij zijn zondigen levenswandel hoort veroordeelen. Diep te be-
klagen Herodes! gij verwoest moedwillig uw geluk; gij stoot de hand
van u af, die u nog redding biedt; gij verwerpt tot uwe schande den
raad der wijzen, en stort uzelven in dieper verderf. Nu hoort hij
de stem niet meer van den rechtvaardige, dien hij heeft gekluisterd
en gekerkerd, en toch zal zijn geweten niet geheel gezwegen hebben,
al baadt hij zich in wellust. Nog eenmaal lezen wij van hem, «dat
de koning zeer bedroefd werd," waar het den dood van Johannes gold.
Een bewijs, dat daar binnen een stem nog aanwezig was, die hem influisterde:
«Hij is rechtvaardiger dan ik." Wij weten de rampzalige gelegenheid.