Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
gelukkig en genotvol leven voor bij zijne bezittingen.
Maar — wat vergeet onze rijkaard? Dat hij een sterve-
ling is; hij vergeet den dag zijns doods, de kortheid en
vergankelijkheid van dit leven en het aardsche goed. Hij
vergeet zijn grooten Weldoener, den Gever van dien
overvloed en is dus snood ondankbaar. Hij vraagt niet:
Waartoe geeft God mij dit alles in zoo rijke mate in
voorbijzien van duizenden? Hij denkt niet aan de hon-
gerigen, die hij voeden, aan de armen, die hij weldoen,
aan de naakten, die hij kleeden, aan de ongelukkigen,
die hij helpen kon. Neen! hij zorgt voor zichzelven; do
zelfzucht droogt geene tranen, verlicht geene nooden,
weet van geen erbarming of ontfermend mededoogen.
Zijn ik was het doel van zijn leven en streven. Met het
volste recht noemt de Heiland hem dwaas, want hij
leeft enkel voor de aarde, denkt niet aan do dingen die
boven zijn, vergeet de eeuwige behoeften zijner ziel, en
vergaapt zich aan wat vergaat en zienlijk is. Het eene
noodige veracht, de zaligheid verwaarloost, de beste
schat versmaadt hij, en te midden van zijn overvloed is
hij arm: want hij is niet rijk in God. De Heiland gaat
voort: »Maar God zeide tot hem: »Gij dwaas! in dezen
nacht zal men uwe ziel van u afeischen; en hetgeen gij
bereid hebt, wiens zal het zijn?" Tot besluit voegt Hij
er dit woord aan toe, zoo gewichtig en noodzakelijk ter
overdenking: »Alzoo is het met dien, die zichzelven
schatten vergadert, en niet rijk is in God." Al zijne
plannen werden verijdeld; de onverbiddelijke dood ver-
schgnt en brengt hem voor God, om rekenschap te ge-
ven van zijn rentmeesterschap. Zoo stelt de wereld te
leur, wier begeerlijkheden als zijzelve voorbijgaan. Zoo