Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
andere omstandigheden gaven gewoonlijk aanleiding tot
leerrijke gelijkenissen. Onder deze vindt men ook die
van den rijken dwaas, die wij heden willen beschouwen.
Terwijl Jezus zich door eene groote schare ziet omringd,
treedt een der hoorders tot Hem toe met de vi-aag of
het verzoek: »Meester! zeg mijn broeder, dat hij de erfenis
met my deele." De Heiland kent dezen aardschgezinden
vrager, die door hebzucht en geldgierigheid gedreven
Hem als scheidsman inroept. Hij helpt dezen niet; ware
hij gekomen om te vragen naar de hemelsche erfenis,
Jezus had hem niet geweigerd, en hij ware Hem welkom
geweest. Na die afwijzing waarschuwt de Heiland de
schare: »Ziet toe, en wacht u van de gierigheid." En
om nu deze in den hartader aan te tasten en te bestrij-
den, laat Hij die treffende gelijkenis van den rijken
dwaas volgen. Hij stelt een rijken eigenaar voor, die
door zwoegen en slaven schatten heeft verzameld; die
langzamerhand rijker is geworden, en wel zoo in over-
vloed zich verlustigt, dat hij geene bergplaats groot
genoeg voor zijne .vruchten heeft. Deze vraagt, in al zijn
rijkdom, bekommerd: »Wat zal ik doen?" Hij komt tot
het besluit, zijne schuren af te breken, om dan grootere
te bouwen, die zijne schatten kunnen bevatten. De zelf-
zuchtige zegt tot zichzelven: »Ziele! gij hebt vele goe-
deren, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust,
eet, drink, wees vroolijk." Zoo stelt hij zich gerust, is
hij gevrijwaard voor gebrek gedurende zijn leven, dat
hij zich lang voorstelt; zoo verheugt hij zich in die
aardsche, ^vergankelgke goederen, die de mot verderven,
de dief hem ontnemen kan, en die hij bij den dood an-
deren moet achterlaten. Zoo spiegelt hg zich een lang,