Boekgegevens
Titel: Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Deel: 3e stukje
Auteur: Velden, C. van der
Uitgave: Kampen: G. Ph. Zalsman, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8895
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202969
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Raad van bestuur: een twintigtal voorbeelden uit de Heilige Schrift, ter navolging of waarschuwing aan de jeugd voorgesteld. Een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
het volk zijne prediking met belangstelling aanhoort, en hem
volgt. Als een andere Elias spreekt hij vol vuur en ernst;
zijne woorden grijpen aan en treffen in het geweten; zijne
taal is krachtig, wegslepend en hartdoordringend. Zoo
predUct hij de wet in al hare gestrengheid, om daardoor
gevoel van zonde en ook behoefte aan verlossing te wekken
bij het volk; zoo bestraft hij met onhevreesden ernst en on-
verfwakten moed de zonde en verdorvenheid zijns volks.
De verschijning van zulk een boetjjrediker baart opzien, en
zijne prediking laat een indruk achter, even ernstig als
gezegend. De inhoud der zelve is: d Bekeert u, want het
koninkrijk der hemelen is nabij gekomen; dat heerlijk ko-
ninkrijk, voorheen door Mozes en de profeten aangekon-
digd en aan zijn volk beloofd, dat koninkrijk van heiligheid
en gerechtigheid is nu daar. Bekeert u, want zonder die
noodzakelijke verandering des harten deelt gij nimmer in
den zegen van dat rijk, wordt gij nimmer daarin onder-
daan." Talrijke scharen stroomen tot die prediking, hoe
gestreng ook en krachtig, hoe waar ook en, vernederend, toe,
en velen worden door hem gedoopt tot een bewijs van hun
deelgenootschap aan dat koninkrijk der hemelen. Onder zijne
hoorders ziet Johannes ook Parizeen en Sadduceën tot zijn
doop komen; doch hij weet, dat zij zonder oprecht
berouw, zonder belijdenis van schuld en zonde, in trotsche
eigengerechtigheid kwamen, en nu spreekt hij zijne straf rede
tot hen, die hen als verpletteren moest, en ook allen, die
zonder boete hem volgden en zijnen doop begeerden: »Gij,
adderen gebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden
van den toekomenden toorn? Brengt dan vruchten voort,
der bekeering waardig." Hij wijst op Christus, die met
den Heiligen Geest en met vuur zal doopen, loiens wan in