Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
22. Indien men de hoeken van een vierhoek middendoor deelt,
vormen de doellijnen een vierhoek, waarom men een cirkel
kan beschrijven. Bewijs dit.
23. Bewijs, dat het oppervlak van een regelmatigen 2w-hoek,
beschreven in een cirkel, middenevenredig is tusschen de
oppervlakken van de regelmatige M-hoeken, in en om dien
cirkel beschreven.
24. Een driehoek te construeeren, als gegeven zijn een zijde,
de tegenoverliggende hoek en de lijn uit het hoekpunt
van dezen hoek naar het midden der zijde getrokken.
25. In een rechthoekig trapezium snijden de diagonalen elkander
rechthoekig. Indien de beide evenwijdige zijden 4 en 9
meter zijn, hoe groot zijn dan de diagonalen en hoe groot
is het oppervlak van dat trapezium?
26. Gegeven twee concentrische cirkels; men vraagt in den
grootsten cirkel een koorde te trekken, die door den anderen
cirkelomtrek in drie gelijke deelen wordt verdeeld.
27. Een willekeurig gegeven vierhoek in twee gelijke deelen
te verdeelen door een rechte lijn, gaande door een der
hoekpunten.
28. Uit het toppunt van een gelijkbeenigen driehoek is een
lijn getrokken" die de grondlijn verdeelt in stukken van 6 en
22 dM. Men vraagt naar de lengte der loodlijn, die men
uit het midden der grondlijn op een der opstaande zijden
neêrlaat, en naar het oppervlak des driehoeks, als de
doellijn 17 decimeter is.
29. Twee cirkels zijn met stralen van 4 en 3 meter uit het-
zelfde middelpunt beschreven. Uit den grootsten cirkel
snijdt men een sector, die evenveel oppervlak heeft als
de ring tusschen de beide cirkels. Men vraagt naar het
aantal graden van den boog des sectors.
30. Van een willekeurig gegeven vierhoek een stuk af te snijden,
dat gelijk is aan een vierde gedeelte van den gegeven
vierhoek door eene lijn loodrecht op een der zijden.
31. Men vraagt den driehoek ABC, door een lijn getrokken
uit A, in twee deelen te verdeelen, die zich verhouden