Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONGELIJKE LIJNEN.
1. Construeer een driehoek, waarvan twee zijden 4 en 7
centimeters zijn, terwijl de hoek tegenover de eerste zijde
30 graden is.
2. Hoeveel driehoeken zijn er mogelijk met de volgende
gegevens:
a=:9; 1=17; A=74 graden.
a=10; b= 9; A=70 „
a= 7; 6=12; A = 30 „
3. Als een veelhoek een zijde gemeen heeft met een anderen
en een deel uitmaakt van dezen, is de omtrek van den
eersten veelhoek kleiner dan de omtrek van den tweeden
veelhoek. Bewijs dit.
4. Bewijs, dat de omtrek van een driehoek grooter is dan
de omtrek van een ingeschreven vierkant.
5. Van twee cirkels zijn de stralen 4 en 5 centimeter; als
de afstand van hun middelpunten 16 is, hoe lang is dan
de kleinste rechte lijn, die een punt van den eenen cirkel-
omtrek vereenigt met een punt van den aiideren cirkel
omtrek ?
6. Bereken ook bij dezelfde cirkels de lengte van de langste
vereenigingslijn.
7. Hoe liggen twee cirkels ten opzichte van elkaar, als de
langste rechte lijn, die een punt van den eenen cirkelom-