Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
de koorde van den grootsten cirkel, die raakt aan den
kleinsten cirkel. Bewijs dit.
17. Op de rechthoekszijden van een rechthoekigen driehoek
beschrijft men aan de buitenzij van den driehoek 2 halve
cirkels. Op de schuine zijde beschrijft men aan de bin-
nenzij een halven cirkel. Door de snijding der halve
cirkels ontstaan 2 halve maantjes; bewijs dat de som van
deze gelijk is aan den driehoek.
18. Hoe breed is een vlakke ring van 1,32 vierkante decimeter,
als de straal van den buitenrand 5 decimeter is? in milli-
meters nauwkeurig.
Omtrek van den cirkel.
1. Bereken in drie decimalen den omtrek van een cirkel,
wiens straal is.
2. Bepaal in zes decimalen den omtrek van een cirkel, wiens
middellijn 106 is.
3. Bereken in zes decimalen de middellijn van een cirkel,
wiens omtrek 355 is.
4. De omtrekken van twee cirkels verhouden zich als 3 tot
4; bepaal de verhouding van hun oppervlakken.
5. Construeer een cirkelomtrek, die gelijk is aan het verschil
van twee gegeven cirkelomtrekken.
6. De oppervlakken van twee cirkels verhouden zich als 2
tot 18; wat is de verhouding van hun omtrekken?
7. Bereken in centimeters nauwkeurig de lengte van een
cirkelboog, die 23 graden en 24 minuten bevat, als zijn
straal 6 is.
8. Hoeveel graden en minuten bevat een cirkelboog, lang 33