Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
4. Construeer een cirkel, die zoo groot is als twee gegeven
cirkels samen.
5. Verdeel een cirkel in zes gelijke sectoren.
6. De stralen van twee cirkels verhouden zich als 3 tot 5;
bepaal de verhouding van hun oppervlakken.
7. Van een cirkelsector is de straal 13 en de hoek 42 graden
15 minuten. Bereken zijn oppervlak in tienden nauwkeurig.
8. Bereken in centimeters nauwkeurig den straal van een
cirkel, die gelijk is aan het verschil van twee cirkels, wier
stralen 2,4 en 1,3 meter zijn.
9. Van een cirkelsegment is de koorde gelijk aan de zijde
van den regelmatigen twaalfhoek, die om den cirkel,
waarvan het segment een deel is, kan beschreven worden.
Hoe groot is de pijl en het oppervlak van dit segment,
als de straal r van den cirkel gegeven is.
10. De straal van een cirkelsector is 8 centimeter en zijn
oppervlak 50 vierkante centimeter. Hoeveel graden en
minuten bevat de boog van dien sector?
11. Van een cirkelsector is de hoek 24 graden 45 minuten en het
oppervlak 15. Bereken zijn straal in 2 decimalen nauwkeurig.
12. De verhouding der oppervlakken van twee cirkels is 7.
Bereken in twee decimalen de verhouding van hun stralen.
13 Bepaal in vierkante centimeters nauwkeurig het oppervlak
van een cirkelsegment, als de boog 45 graden bevat en
de straal 4 decimeter is
14 In en om een driehoek, welks zijden zich verhouden als de
getallen 2 , 3 en 4, zijn cirkels beschreven. Men vraagt
naar de oppervlakken van deze beide cirkels, indien men
weet dat hun verschil 4 r vierkante meter is.
15. In een cirkel, waarvan de straal = gegeven is, is boog
AB een achtste van den cirkelomtrek. Men trekt raak-
lijnen in de uiteinden A en B aan den cirkel, en vraagt
naar het oppervlak der figuur, die begrensd wordt door
de twee raaklijnen en den boog AB
16. De ruimt,e tusschen de omtrekken van 2 concentrische
cirkels is gelijk aan een cirkel, die tot middellijn heeft