Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
8. De eene hrek van een driehoek bevat II graden meer
dan de andere twee hoeken samen. Hoe groot is die eene
hoek ?
9. Kunnen twee hoeken van een driehoek de supplementen
zijn van twee hoeken van een anderen driehoek?
Verband tusschen zijden en hoeken in een
driehoek.
1. De tophoek van een gelijkbeenigen driehoek bevat 52 gra-
den ; hoe groot zijn de hoeken aan de grondlijn ?
2. Een hoek aan de grondlijn van een gelijkbeenigen driehoek
verhoudt zich tot den tophoek als 2 tot 5 ; bereken de
hoeken van dien driehoek.
3. Een hoek van een gelijkbeenigen driehoek is 109 graden
en 40 minuten; hoe groot zijn de andere hoeken ?
4. Bereken de hoeken van een driehoek , die te gelijk recht-
hoekig en gelijkbeenig is.
5. Als in nevenstaand figuur / A=58 graden, 24 minuten
en Z. C = 25 graden, 32 minuten,ter-
wijl AB = AD, vraagt men de andere
hoeken van dat figuur te berekenen.
6. Van een gelijkbeenigen driehoek met
een tophoek van 43 graden, is de klein-
ste hoek middendoor gedeeld. Bereken de
andere hoeken, die in dat figuur voorkomen.
7. Bewijs , dat de rechte lijn, die den topbuitenhoek van een
gelijkbeenigen driehoek halveert, evenwijdig is aan de
grondlijn.
9. Als een hoek aan de grondlijn van een gelijkbeenigen drie
hoek a graden bevat; hoeveel graden bevat dan de
tophoek ?