Boekgegevens
Titel: Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202958
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundige vraagstukken voor uitgebreid lager en middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
hoeken zijn er dan, welke met dien eenen hoek een been
gemeen hebben, terwijl de andere beenen elkaar's ver-
lengden zijn?
12. Door één punt gaan 5 rechte lijnen, die in dat punt be-
grensd zijn en 2 aan 2 gelijke hoeken met elkaar maken.
Hoe groot is elke hoek?
13. Als twee hoeken van 45 en 135 graden het hoekpunt en
het eene been gemeen hebben, wat weet gij dan van de
andere beenen ? (twee gevallen).
14. In een punt O komen 4 rechte lijnen OA, OB, OC en OD
samen. Als men weet, dat / DOA = / BOC en / AOB
= / COD, hoe bewijst men dan, dat de lijnen OA en
OC één rechte lijn vormen, even als OB en OD?
Hoeten, die ontstaan li)ij de snijding Tan twee reclite
lijnen door een derde.
1 Hoeveel binnenhoeken ontstaan er bij de snijding van twee
rechte lijnen door een derde?
2. Als in de figuur, die ontstaat door de snijding van twee
rechte lijnen door een derde, een buitenhoek wordt ge-
nomen, hoevce' buitenhoeken zijn er dan, die met den
eersten een paar verwisselende buitenhoeken vormen?
3. Een van de hoeken, die ontstaan door de snijding van
twee evenwijdige lijnen door een derde rechte lijn, bevat
53 graden, 42 minuten en 9 seconden. Hoe groot zijn de
andere hoeken, die in dat figuur voorkomen ?
4. Bij twee evenwijdige lijnen, die gesneden worden dooreen
derde rechte lijn, is een binnenhoek 48 graden en 27
sec.; hoe groot is do binnenhoek, die met den eersten aan
een zelfden kant der snijlijn ligt?
5. Vul het ontbrekende in:
De overstaande van een buitenhoek is een.....
De overstaanden van twee verwisselende binnenhoeken
zijn twee.............