Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
vi voorbericht.
kander, al is het maar door onsamenhangende woorden, te
doen verstaan, en zich zeiven daardoor van hare vorderingen
te overtuigen. Het spreekt wel van zelf, dat de onderwijzer
hiertoe eenige handleiding geven moet.
Bij deze en de hoogste afdeeling, speelt de Vocabulaire
eene groote rol, bij het lezen of vertalen der Fransche taal.
Men weet bij voorbeeld niet wat isthme beteekent. Dan
herinnert men het kind : «Hoe staat er V' Jh auront traversé
l'isthme. »Zij zullen.........overgetrokken zijn."
Tien tegen één zullen zich herinneren de landengte, en —
zij hebben het woord gevonden.
Ook door deze afdeeling wordt nog eenmaal des weeks eene
les van twaalf volzinnen en een gesprek geleerd en opgezegd,
en daar zij de Vocabulaire zoo dikwijls door geleerd hebben,
als zij schooljaren tellen, kan dit haar maar zeer weinig
moeite kosten en hebben zij op die wijze eene groote menigte
woorden en uitdrukkingen vast in het geheugen geprent.
Er zijn namelijk twee en dertig lessen in het boekske. Als
de 33. les geëindigd is, herhaalt men de laatste lessen nog
eenmaal als de moeielijkste, en bij den aanvang van ieder
schooljaar vangt men wederom bij de eerste les aan. Ook
leeren al de andere afdeelingen altijd dezelfde les.
Wij gelooven dat de uitgave van eene Hoogduitsche en
eene Engelsohe vertaling van deze Vocabulaire, als zeer doel-
matig tot het aanleeren dier talen beschouwd zon kunnen worden.
Gouda, 1850.
De Schrijfster.