Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
vooebeeicht. v
zij staan zeiven verbaasd, eene Pransche voorlezing te hebben
verstaan. (*) Nu leest men het gesprekje nog eens in het
Hollandsch voor en de les is geëindigd.
Den volgenden dag begint men, met het eerste gesprekje
in het Fransch voor te lezen en te doen vertalen en vervolgt
nu met het tweede, enz. Den laatsten dag der week wordt
er geen nieuw gesprek geleerd, maar dat van de geheele
week herhaald.
De tweede afdeeling zijn degenen, die reeds HoUandnch
kunnen lezen. Deze moeten de gesprekjes te huis vooraf
lezen. De meisjes vertalen dezelve, terwijl zij haar onder
het doen van handwerken in het Fransch worden voorgelezen.
Deze afdeeling leert lederen dag zooveel naamwoorden van
buiten, dat iedere week ééne les geleerd wordt, die van boven
naw onder, van onder naar boven, en door elkaar opge-
zegd moet kunnen worden.
De derde afdeeling leert ook de werkwoorden, voegt de-
zelve bij de naamwoorden en vormt zoo de l/orte volzinnen.
Bij deze vraagt men de les niet door elkaar, maar altijd zoo
als die volgt, omdat deze schikking haar ongevoelig leidt,
om de verschillende tijden van het werkwoord, bij de ver-
voeging, in het geheugen te prenten.
Deze afdeeling leert ook reeds kleine gedeelten van de
gesprekjes. Men geeft haar daarbij nu en dan vrijheid, met
elkander te praten, mits het Fransch zij, en nu moet men
zien, welke pogingen worden aangewend, om zich aan el-
(•) Zou deie oe/ening niet reedi geschikt zijn voor onze beKaaracholen toor
kindenn van den htsehanfdt» eland?