Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
ren middag een wijnglas
hebben, hoort gij wel.
De M. Frederik, kom eens
hier.
F. Daar ben ik. Moeder, wat
belieft u?
De M. Zeg mij eens, past
het aan eenen kleinen jon-
gen zoo als gij zijt, om
een' volwassen mensch be-
velen te geven?
F. (langzaam). Neen, Moeder.
De M. Zoo denk ik er ook
over. Roep nu den goeden
Hendrik!
F. Ach! waarom, Moederlief?
De M. Ik wil hem zeggen,
dat hij niets voor u doe,
tenzij gij het hem beleef-
delijk vraagt.
F, Ach, vergeving, mijne
lieve Moeder. Het zal nooit
weer gebeuren.
De M. Nu, dat het dan nu nog
doorga; maar opdat gij het
u in het vervolg herinneret,
moogt gij de geheele week
geen' wijn hebben.
que jaie chaque jour un
verre à vin, entendez-vous?
La M. Frédéric! viens ici!
F. Me voilà, maman, que
vous plaît-il?
La M. Dis-moi, convienl-il
à un petit bout d'homme
comme toi, de donner des
ordres à une personne fai-
te?
F. (hésitaïit). Non, maman.
La. M. Je pense de même.
Va, appelle maintenant le
bon Henri.
F. Ah, pourquoi, ma chère
maman ?
La M. Je veux lui dire qu'il
ne fasse rien pour toi, à
moins que tu ne le lui de-
mandes honnêtement.
F. Ah! pardon, chère ma-
man. Cela n'arrivera plus.
La M. Eh bien, que cela
passe pour cette fois-ci; seu-
lement afin que tu (en sou-
viennes, tu n'auras point
de vin de toute la semaine.