Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÛD
24. L E S.
Zelfstandige Koms substantifs. Werkuoorden. Verbes.
naamtcoorden.
De vogels. les oiseaux. vliegen. voler.
De pauw. le paon. pronken. se pavaner.
De haan. le coq. kraaien. chanter.
De hen. la poule. kakelen. caqueter.
De ooievaar. la cigogne. klepperen. claquer.
De zwaan. le cygne. zwemmen. nager.
De eend. le canard. eieren leggen. pondre.
De duif. le pigeon. kirren. roucouler.
De nachtegaal. Ie rossignol. zingeu. chanter.
De meerle. le merle. fluiten. siffler.
De zwaluw. l'hirondelle. verhuizen. émigrer.
De musch. le moineau. broeden. couver.
De vogels zullen gevlogen Les oiseaux auront volé.
Le paon se sera pavané.
Le coq aura chanté.
La poule aura caqueté.
La cigogne aura claqué.
hehhm.
De pauw zal geproiikl heblieii.
De liaan zal gekraaid hebben.
De hen zal gekakeld hebben.
De ooievaar zal geklepperd
hebben.
De zwaan zal gezwommen Le cygne aura nagé.
hebben.
De eend zal gelegd hebben. Le canard aura pondu.
De duif zal gekird hebben. Le pigeon aura roucoulé.
De meerle zal gefloten hebben. Le merle aura sifflé.
De z\Aaluw zal verhuisd zijn. L'hirondelle aura émigré.