Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Eene oude vrouw sliep bij
dag.
Een zuigeling zoog.
Een vader riep een kind.
Een zoon gehoorzaamde aan
den vader.
Eene dochter zuchtte altijd.
Een voogd beval aan een kind.
fv,
Eene vriendin beklaagde zich
dikwijls.
Une vieille femme dormait le
jour.
Un nourrisson prenait le sein.
Un père 'appelait un enfant.
Un fils obéissait au père.
Une fille soupirait toujours.
Un tuteur ordonnait à un en-
fant.
Une amie se plaignait souvent.
19. L E S.
1 Zelfstandige Noms substantifs. WerJcKoorden. Verbes.
1 «aamKOOrden.
De zoon. le fils. prijzen. louer.
De moeder. la mère. vermanen. exhorter.
De grootvader. le grand-père. bestraffen. corriger.
De oom. ronde. vertroosten. consoler.
De moei. la tante. bemoedigen. encourager.
De kleinzoon. le petit-fils. beweenen. pleurer.
De neef. le neveu. verachten. mépriser.
De nicht. la nièce. eerbiedigen. respecter.
De neef. le cousin. volgen. suivre.
' De nicht. la cousine. zoeken. chercher.
J De meester. le maître. onderwijzen. instruire.
De leerling. le disciple. vereeren. révérer.
De vader prees den zoon. Le père loua le fils.