Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
niet, en ook de tamme eend verheft zich niet gaarne in de
hicht. Let eens op de slagpennen van deze dieren. Dan zult
ge opmerken, dat die bij het hoen zeer kort en bij de duif
heel lang zijn. Daardoor zijn de vleugels van het hoen rond,
die van de duif spits. En van den vorm der vleugels hangt
het vooral af, of een vogel meer of minder goed kan vliegen
Vroeger hebben we reeds over den vorm der snavels gespro-
ken. De beide deelen daarvan zijn de boven- en de onderkaak.
Tusschen de teenen der duif zitten geen vliezen; men zegt
daarom, dat zij gespleten voeten heeft. Het hoen heeft kleine
vliezen tusschen de teenen, de eend bezit zwempooten.
Wij houden deze dieren deels voor ons nut, deels voor ons
genot. Welk nut zij ons opleveren? Denk maar eens aan de
heerlijke hoendereièren, aan het lekkere vleesch, en aan het
zachte dons, dat ze ons verschaffen? De eieren zijn niet
alleen heerlijk,. maar ook voedzaam. Een hen kan er in een
jaar wel honderd leggen, als men ze haar telkens ontneemt.
Doet men dit niet, dan legt zij van tot 20, waarop ze
gaat zitten broeden. Evenzoo is het met de eend; het aantal
eieren, dat deze legt, is echter minder groot dan dat van
de kip. De haan en de woerd broeden niet; dit laten ze aan
het wijfje over. Na drie weken komen de jonge hoenders of
kuikens uit de eieren te voorschijn, 't Zijn aardige, vroolijke
dieren; evenals de jonge eendjes kunnen ze terstond voor
zich zelf zorgen. De moeder waakt met veel zorg over haar
jongen. Voortdurend laat zij een klokkend geluid hooren;
daarom nuemt men haar wel klokhen. In de eerste weken
koesteren de kuikens zich van tijd tot tijd onder de veeren
en de vleugels der moeder. Daaronder verschuilen zij zich
ook, als ei' gevaar dreigt.
i