Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
OPGAVEN.
1. Duiven zijn.....en.....dieren. 2. Ze leven bij.....
3. Het mannetje heet.....en het wijfje heet..... 4. De
snavel is iets . . ; . . en.....dan die van het hoen. 5. Er
zijn bruine, . . . . .,.....,.....,.....duiven. 6. De
staartveeren heeten..... 7. En de lange veeren in de vleugels
noemt men..... 8. De veeren van den romp zijn..... 9. Onder
de dekveeren liggen de zachte..... 10. De duiven bouwen van
wat.....een heel eenvoudig nest. 11. Hierin legt het wijfje
.....eieren. 12. De doffer helpt haar die.....13. Na onge-
veer . . : . dagen komen de jongen uit de eieren te voorschijn.
15. DE EEND.
Vroeger hebben we geleerd, dat de bouw van een dier in
verband staat met zijn leefwijze. De eend levert daarvan ook
een duidelijk voorbeeld. Bij voorkeur houdt zij zich op in
het water; daarin toch moet ze haar voedsel zoeken. En wat
blijkt nu? Haar lichaam is zeer geschikt om op en in het
water te leven. Zij kan uitstekend zwemmen.
De pooten staan niet midden onder den romp, maar- meer
naar achteren. Daardoor krijgt de eend een waggelenden gang.
Het loopen valt haar dan ook zwaar.
Loopt zij snel, dan valt zij licht voor-
over. Tusschen de drie teenen, die naar
voren wijzen, heeft zij zwemvliezen. De
teen, die naar achteren staat, is niet met
de andere verbonden. Het lichaam der
eend is bedekt met een dichte laag veeren. Van de tamme
eend zijn ze meestal wit; de wilde eenden hebben bruingrijze