Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
vliegen. Tusschen de pooten is ook eenig verschil: het hoen
heeft tusschen de teenen kleine vliezen, welke de duif niet
bezit.
Hel veerenpak der duiven vertoont verschillende kleuren:
er zijn bruine, zwarte, witte, blauwe, bonte dui.'^n. De
staartveeren steken bijna recht achteruit en worden onder
't vliegen uitgespreid. Men noemt ze stuurpennen, om de
goede diensten welke ze bij het vliegen bewijzen. De lange
veeren in de vleugels heeten slagpennen. De overige veeren
zijn veel korter, en wanneer gij de bovenste ol dekveeren een
weinig op zijde drukt, ziet ge de donsveeren, welke de on-
derste laag der bedekking uitmaken. Deze zijn veel korter
en zachter dan de dek veeren. De veeren aan den hals heb-
ben gewoonlijk een prachtigen weerschijn.
Hoenders en duiven vervroolijken het erf. Maken de hoenders
door hun gekakel vrij wat leven, ook de duiven doen mee.
Vooral de dotfers kirren den ganschen dag. Daai'bij zwelt hun de
krop, en strijken ze den uitgespreiden staart langs den grond.
De duiven bouwen van wat takjes een heel eenvoudig nest.
Hierin legt het wijfje twee eieren, welke de doffer en de duif
samen uitbroeden. Na ongeveei' achttien dagen komen de
jongen uit de eieren te voorschijn. De kleinen moeten ge-
ruimen tijd door de ouden verzorgd worden, eer ze zelf om
voedsel kunnen uitvliegen.