Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
andere dieren. Daarom noemen wij ze ook roofdieren of ver-
scheurende dieren. Bij de Fiiezen en Batavieren was de hond
echter reeds als huisdier bekend; de lamme kat komt eerst
veel later in ons land voor. De kat heelt veel meer van haar
wilde natuur behouden dan de hond. Des avonds en des nachts
gaat ze het liefst op roof uit. Haar oogen zijn zoo ingericht,
dat ze in het donker de dingen om zich heen nog goed kan
onderscheiden. Vei'der heeft de kat een scherp gehoor. Op
een afstand van veertig schreden kan ze nog 't geritsel hooren,
dat een wegloopende muis in het gras maakt. Haar reuk is
echter lang niet zoo fijn, als die van den hond.
Hebt gij wel eens gezien, hoe een kat haar prooi bemach-
tigt? Onhoorbaar sluipt zij nader, den kop en den buik
langs den grond voortschuivende. Eindelijk blijft ze stilstaan.
Langzaam gaat de dikke staart heen en weder. Plotseling
springt zij op; met één geweldigen spiong heeft ze het arme
muisje of vogeltje in haar voorste klauwen. Als zij haar prooi
wil verslinden, loopt zij er mee weg en laat daarbij een
brommend geluid hooren.
Poes houdt niet van koude. Des winters kruipt ze gaarne
dicht bij de kachel, en des zomers koestert zij zich in den
heerlijken zonneschijn. Als zij opgeruimd is, begint ze te
spinnen. Ook houdt zij ei' niet van, veel te loopen. Daarvan is
de hond een groot liefhebber. Die legt wel driemaal den weg
af, als hij met zijn heei' uit wandelen gaat. Hij besnulTelt
dan alles, wat hij onderweg ontmoet.
in het klimmen is poes weer de baas. Met het grootste
gemak klimt ze in een boom, op een schutting of op een
hek. En mocht ze al eens vallen, dan komt ze toch op de
pooten terecht. Van liet water is de kat afkeerig. 't Is aaidig