Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
schaap krijgen we..... 9. Van die melk wordt.....en ... .
bereid. 10. Van de wol van het schaap.....men..... 11. De
huid wordt tot.....bereid. 12. Het haar van runderen en paarden
wordt gebruikt tot.....en..... 13. De beenderen en de
horens worden verwerkt tot..... 14. En bovenal gebruiken we
van deze dieren, als ze geslacht zijn, het.....en het.....
6 HET VARKEN.
Als we een voorbeeld van onreinheid willen noemen, denken
we terstond aan het varken of zwijn. Het wentelt zich in
't slijk, alsof het daarin groot genot vindt. Bovendien ziet het
er zeer onvriendelijk uit. De kleine, schuinsstaande oogen,
soms half verborgen onder de groote, afhangende ooren,
kijken u volstrekt niet goedig aan. Daarbij laat het een onaan-
genaam, knorrend geluid hooren. Waag u maar niet te dicht
bij het dier; met zijn groote tanden zou het u erg kunnen
verwonden. Het varken is alzoo ruw en woest; ofschoon tot
de huisdieren beboerende, heeft het nog vele eigenschappen
van een wild dier behouden. Laten we het nog eens wat nader
bekijken! De bovenkaak en de neus zijn vrij lang; zij vormen
den langen snuit, waarmee het dier den grond omwoelt, om
voedsel te zoeken. Alles, wat het vindt, is van zijn gading:
stengels, wortels, vruchten, insecten en wormen; ook muizen
en ratten versmaadt het niet. Daarom heet het varken een
allesetend dier. De vrij groote kop is door een korten hals
verbonden met den dikken romp. De rug staat eenigszins
rond; de buik hangt bijna op den grond, want de pooten
zijn kort. Het lichaam is bedekt met borstels; dat zijn dikke,