Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
reeds een voorbeeld gehad. En dit rozeblaadje bewijst het
ons opnieuw.
In de bladeren van de aalbes en de druif loopt uit den
voet meer dan één hoofdnerf. De rand dezer bladeren is ook
diep ingesneden. Leg er eens een klaverblad naast. Dat bezit
afzonderlijke blaadjes, die alle in één punt van den bladsteel
samenkomen. Het blad van den wilden kastanje heeft dezelfde
eigenaardigheid. Hierbij vinden we geen drie, maar wel
zeven blaadjes. Bladeren als die van de aardappelplant, de
roos, de klaver en den wilden kastanje noemt men samen-
gestelde bladeren.
OPGAVEN.
1. Zijn de bladeren van een plant wel volkomen gelijk? (Van een
plant zijn.....). 2. Tusschen bladeren van verschillende planten
is het onderscheid echter.....3. Hoe zijn sommige bladeren?
(gesteeld.) 4. Andere zijn..... 5. De nerven loopen bij eenige.....;
andere bladeren hebben..... 6. Wat is ook zeer ongelijk? (de
rand der bladeren.) 7. Hoe kan de rand zijn ? (gaaf, gezaagd, getand.)
8. Greef van elk een voorbeeld. 9. Wat hebben sommige bladeren ?
(dieper insnijdingen in den rand.) 10. Voorbeelden hiervan zijn.....
11. Bij de aardappelplant en het rozeblad zitten afzonderlijke blaadjes