Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
van de aardappelplant. Hij verzamelt ze niet, maar laat ze
op den akker achter, 't Is hem om de aardappelen te doen.
Die groeien in den grond. Toch zijn het geen wortels, ofschoon
men ze daarvoor wel eens aanziet. De stengel van de aard-
appelplant bevindt zich voor een deel in den grond. Daaruit
komen lange, dunne zijstengels voort. Aan 't eind zijn die
zijstengels zeer verdikt. Deze verdikte doelen van den onder-
aardschen stengel noemen we aardappelen. — Bezie een
aardappel maar eens nauwkeurig. Gij bemerkt kleine kuiltjes,
met witte puntjes er in, niet waar? In 't voorjaar beginnen
de aardappelen te schieten. Uit de witte puntjes of oogen
groeien lange, witte stengels. Daaraan kunt gij kleine blaadjes
bespeuren, als gij goed toekijkt. Wordt de aardappel nu in
den grond gelegd, dan groeien die lange, dunne stengels er