Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
OPGAVEN.
1. De dikke, kruidachtige stengel van de aardappelplant heeft.....
2. Hoe is de stengel? (kantig en de randen zijn oneffen.) 3. Wat
komt uit den hoofdstengel? 4. Waar staan deze? 5. Waarin
vertakt zich de bloemsteel? 6. Aan elk der bloemstelen zit.....
7. Wat vormen de kelkblaadjes? 8. Wat zegt men daarom van
den kelk? (dat hij vergroeidbladig is). 9. De kroon is ook.....
10. Hoeveel meeldraden hoeft de bloem van de aardappelplant?
11. De helmknoppen zijn....., maar de helmdraden.....
12. De helmknoppen omsluiten..... 13. De ronde stempel steekt
uit..... 14. Waaraan zijn de helmdraden vastgegroeid?
Teeken een blad van de aardappelplant. (Hoofdnerf en steel, omtrek
der blaadjes.)
Teeken den bloemsteel met de zijstoeltjes.
13. DE AARDAPPEI..
VRUCHT EN KNOL.
Als de bloem van de aardappelplant is uitgebloeid, verdort
ze en de meeste bloemdeelen vallen af. Alleen de kelk en
het vruchtbeginsel groeien door. Het laatste zwelt op tot een
bolletje, dat rond als een kers, doch vrij wat grooter is.
Snijden we de vrucht door, dan zien we, dat een dun vliesje
een weeke massa omgeeft; in die weeke massa bevinden zich
vele zaden. Zulk een vrucht heet een bes. Aalbessen, kruis-
bessen en boschbessen zult gij wel kennen.
Gewoonlijk bekommert de boer zich weinig om de vruchten