Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
OPGAVEN.
1. Wanneer zijn de bijen druk aan den arbeid ? (als de zon warui
schijnt.) 2. Zij gonzen door de lucht van.....tot.....
3. Het lichaam van een bij staat uit drie deelen. Deze zijn.....,
.....en..... 4. Waarmee is het lichaam bedekt? (met
kleine haartjes.) 5. Waaruit bestaat het achterlijf? (uit ringen).
6. Hoeveel ringen zijn er aan het borststuk? 7. Hoeveel pooten
heeft de bij ? 8. En hoeveel vleugels heeft zij ? 9. De bij is een
insect. 10. Welke dieren zijn ook insecten? 11. Uit de bloemen
zuigen de bijen..... 12. Ook verzamelen zij..... 13. Waar-
heen brengen zij dit? (naar de korven.)
8. DE KERS.
Daar hangen ze tusschen de donkergroene bladeren, in
trosjes van twee of drie bijeen. De roode vruchten blinken
ons tegen. Bijen en andere insecten werden gelokt door de
geurige bloemen. Maar nu zouden wij zelf wel gaarne een
bezoek aan den kerseboom brengen. We hebben lust, onze
tanden in de saprijke vruchten te zetten.
Laten we eens een kers met opmerkzaamheid bekijken.
Herkent gij daarin nog een deel van de kersebloem? Juist,
het is de dikke buik van de flesch, waaraan we later den
naam van vruchtbeginsel hebben gegeven. De andere deelen
der bloem zijn afgevallen. En waartoe waren ze ook nog
noodig? De kelkblaadjes behoefden niet meer de bloemblaadjes
te beschutten. De insecten, die moesten meehelpen bij het
overbrengen van de stuifmeelkorreltjes op den stempel,