Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
lelie samen het hloemdek. Bij de geopende bloem zijn de
toppen der bloemblaadjes naar builen omgebogen. Zij krijgt
daardoor het aanzien van een wijdgeopenden beker.
De lelie is een schoone bloem. De witte is zeker wel het
fraaist. Maar ook wanneer het bloemdek gekleurd is, kan
deze bloem zich gerust meten met andere bloemen in onze
tuinen. Gaan we de bloemblaadjes afplukken, dan zien we
op 't eind A'an den steel (den bloembodem) een grooten
stamper, omringd door zes lange meeldraden. We vergeleken
den stamper van een kersebloem bij een dikbuikige flesch
met een langen hals. Ook zouden we de kurk hebben kunnen
opmerken. Vooral bij den stamper van de lelie is de laatste
goed zichtbaar. Thans willen we aan die drie deelen een
afzonderlijken naam geven. De kurk heet stempel, de hals
stijl, en de buik draagt den naam van vruchtbeginsel. Betast
eens den stempel; hij is kleverig, niet waar?
Thans nemen we een meeldraad, iïet knopje aan 't boven-
eind, dat we ook bij de kerse- en appelbloem opmerkten,
springt duidelijk in 't oog. Dit draagt ook al een afzonder-
lijken naam; het heet helmknop. Het overige deel van den
meeldraad heet helmdraad. Neem een meeldraad en sla eens
zachtjes met den helmknop op de mouw van uw jas. Er
komt een geel poeder uit; de korreltjes blijven aan de haartjes
van uw kleed vastzitten. — Heeft de bloem een paar dagen
gebloeid, dan bersten de helmknoppen open en het stuifmeel
stoi't er uit. D'^ ra; ' ^ leliestengsel wordt heen en weder be-
wogen door den wind. Geen wonder waarlijk, dat de fijne
stuifmeelkorreltjes in aanraking komen met den kleverigen
stempel en daaraan blijven vastkleven. Alleen wanneer dit
gebeurt, kan de lelie zaad voortbrengen.