Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bij de kersebloem hielden we na de verwijdering der overige
bloemdeelen een bekertje over, dat den stamper van onderen
omsloot. Aan dit bekertje geeft men den gepasten naam van
bloembodem. Bij de appelbloem is de bodem met het benedenste
deel van den stamper tot één geheel vergroeid. Indien gij een
bloem in de lengte doorsnijdt en de doorsnede goed bekijkt,
zult ge u hiervan kunnen overtuigen.
OPGAVEN.
1. Ia den knop worden de bloemblaadjes door de kelkblaadjes
beschut tegen..... 2. De bloem ontplooit zich, als.....
3. Uit de bloemkroon stijgt..... 4. Wie worden door zoo-
yeel geur aangetrokken ? (Allerlei insecten). 5. De kelk van de
appelbloem bestaat uit..... 6. De kroon bestaat uit.....
7. Aan elk bloemblaadje zit..... 8. Hoeveel meeldraden bevat
de bloem? (Meer dan twintig). 9. De meeldraden omringen.....
10. Waarop staan de meeldraden en de stamper ? (Op den bloembodem).
11. De bloembodem en het onderste deel van den stamper zijn ....
Teeken zoo nauwkeurig mogelijk den omtrek van een bloemblaadje.
5. DE LELIE.
Niet voor de warme Junizon de lelie beschijnt, opent zij
haar knoppen. Deze hebben geen groenen kelk. Daardoor
missen de nog niet volwassen bloemblaadjes een beschutting
tegen weer en wind. Men noemt de bloembladen van de