Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
In dezen tijd van het jaar^) laat de bast gemakkelijk van het
hout los. De tak is onder den bast vochtig. Waar komt dit vocht
vandaan? De boom zuigt het met zijn wortels uit den grond.
Van den stam gaan, op ongeveer een manshoogte boven
den grond, naar alle kanten takken uit. Die groote takken
verdeelen zich weer in kleinere; heel kleine takjes heeten
twijgen. De takken en twijgen samen noemt men de kroon.
De wortels vormen als 't ware een kroon onder den grond.
De kleinste wortels zijn veel fijner dan de dunste twijgeu.
Zij zijn zoo dun als draden en heeten wortelharen. Deze zijn
zoo zeer met aarde veigroeid, dat men al heel voorzichtig
te werk moet gaan, om ze uit den grond te krijgen. Wilt
gij ze gaarne zien, graaf dan een kleine plant met een kluit
aarde uit den grond en spoel daarna de aarde voorzichtig weg.
OPGAVEN.
1. Hoe heet het buitenste van een dunnen tak? (opperhuid).
2. Onder de opperhuid ligt..... 3. De schors omringt.....
4. Eq de bast zit om..... 5. In het hout vindt men.....
6. Wat heeft de stam niet? (geen opperhuid). 7. De schors van
den stam heeft vele spleten. Hoe loopen deze ? (op en neer). 8. Waarin
verdeelt de stam zich? (in takken). 9. Kleine takken heeten ....
10. Hoe heeten de takken en twijgen samen? 11. De kleinste wortels
zijn veel fijner dan..... 12. Hoe heeten die kleine worteltjes?
(wortelharen). Wat doet de boom met zijn wortels? (voedsel uit den
grond zuigen).
Teeken een dwarse doorsnede van een takje
Teeken een overlangsche doorsnede van deel van een takje.
We veronderstellen natuurlijk, dat men deze les in Mei behandelt.