Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
20. TERUGBLIK.
We hebben nu over vijftien dieren gesproken, waarvan
negen zoogdieren en de overige zes vogels zijn. Reeds vroeger
wezen we er op, dat er bij veel verschil toch ook veel over-
eenkomst bestaat. Letten we eerst op het laatste. Dan vinden
we, dat al die dieren oogen hebben om te zien, en ooren om
te hooren. Alle hebben een bek, waarmee ze voedsel tot zich
nemen. Die bek bevindt zich aan den kop; deze is door den
hals aan den romp verbonden. De romp wordt gedragen
door pooten: bij de zoogdieren door vier, bij de vogels
door twee. Maar de vogels hebben twee vleugels, en pooten
en vleugels dragen beide den naam van ledematen. De
vogels hebben alzoo evengoed vier ledematen als de zoog-
dieren. Hun vleugels komen dus overeen met de voor-
pooten van deze.
De zoogdieren zijn bedekt met haar; de kleur daarvan is
zeer verschillend. In den winter is het haar meestal dichter
en langer dan in den zomer. Ia plaats van haar hebben de
vogels veeren, die eveneens in kleur verschillen. Elk jaar
wordt een deel dier veeren tegen nieuwe verwisseld; het uit-
vallen der veeren heet ruien.
De zoogdieren zoogen hun. jongen met melk. De vogels
leggen eieren, die ze uitbroeden. De jonge vogels zijn niet
alle even hulpbehoevend. Kuikens en jonge eenden kunnen
terstond na de geboorte hun eigen voedsel zoeken. Maar de
jongen der duiven, ooievaars, spreeuwen en musschen moeten
eenigen tijd door hun ouders gevoed worden. Deze moeten
dat voedsel zoeken: zij hebben geen melk voor hun jongen,
zij zoogen ze niet.