Boekgegevens
Titel: Natuurlijk lezen
Deel: II Oefeningen voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Sandwijk, Gijsbertus van
Uitgave: Purmerende: J. Schuitemaker, 1872
5e, verb. en naar de nieuwe spelling veranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202941
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurlijk lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
47.
il£T OIVWKnER.
— O vader 1 ik ben zoo bang; ik ben zoo bang !
— Gij moet niet bang zgn, Karei!
— Hoor! hoor! hoe hel dondert,
— Ja! hel dondert zwaar,
— 't Is een verschrikkelijk wéér, vader! raag ik in
den kelder gaan?
— In den kelder? wal wilt gg daar zoeken?
— O, vader! ik wil mij verschuilen, O! o! ik ben
zoo bang! Voel eens, hoe ik beef!
— Het onweder is een indrukwekkend natuurver-
schijnsel, Karei! dat is wel waar; maar wg moeten
er niel bang voor zijn.
— O! . . , . hè! .... wat was dat een fel lichl,
vader! hel doel mij zeer aan de oogen.
— Dan moei gg ook zoo dicht niel voor de glazen
staan en slgf naar builen zien ; dal is niel goed
voor hel gezicht; dal is zeer gevaarlgk. Ik ken men-
schen, die er blind door geworden zijn,
— Zeg, vader! mag ik dan maar in den kelder
gaan? o, ik ben zoo benauwd !
— Gij moet niel benauwd zgn, dwaze jongen ! al-
leen als het onwetler boven ons hoofd hangt, kan
hel gevaarlijk worden, maar dan moeten wg er ons
in de open lucht zoo weinig mogelijk aan bloot